Misschien wel het meest bezochte National Park in Noorwegen: Hardangervidda. Een gigantische hoogvlakte en het thuis van veel dieren, waaronder de grootste wilde rendierpopulatie van  Europa.  Maar wie denkt dat Hardangervidda enkel een eindeloze vlakte is heeft het mis. Bergen, watervallen, rivieren, bossen en rotsvlaktes, we zagen het allemaal. Via drie verschillende ingangen gingen we het National Park binnen. We verkenden de omgeving te voet en vonden onderweg een aantal mooie schatten.

Ingang 1 – vanuit Hjolmo
We maakten voor het eerst kennis met Hardangervidda via Hjolmo, een klein plaatsje aan de voet van de hoogvlakte. Langs het dorp loopt een steile weg met veel haarspeldbochten omhoog naar een parkeerplaats die toegang geeft tot het wandelnetwerk. Het gebied waar we in terecht kwamen was bergachtig, met steile hellingen en diepe dalen. We stippelden een route uit die ons zou leiden naar de berghut Vivelli en de waterval Valurfossen. Een bijzondere tocht door een prachtig bos, over vlaktes met heide en langs een heldere rivier.

De informatie over het gebied was summier en alleen in het Noors. Ook waren de wandelpaden niet overal goed gemarkeerd waardoor de terugweg van onze wandeling enkele uren langer duurde dan gepland. Desondanks hebben we kennis mogen maken met een prachtig stuk Hardangervidda en onderweg dingen gezien die het gebied zeker de moeite waard maken.

Ingang 2: Tronsbu Hytta
Een bekendere ingang van Hardangervidda is Tronsbu. Op de doodlopende weg richting de ingang kregen we al een goed beeld van het gebied: Uitgestrekte vlaktes met flauwe heuvels vol lage beplanting.

We bezochten het park buiten het seizoen, maar doordat het weekend was en het jachtseizoen al geopend, was het toch vrij druk. Op de uitgestrekte vlakte merkten we hier weinig van. Op het grootste plateau van Europa kun je dagen wandelen zonder iemand tegen te komen.

De wandelroutes op het Hardanger zijn erg lang maar de heuvels zijn flauw en de paden goed. Voor de sportieve loper zit de uitdaging hier dus vooral in het uithoudingsvermogen. Wij kozen de middenweg en combineerden een aantal paden. Zo stippelden we een wandelroute uit van ongeveer vier uur. We hadden geluk met het weer en liepen lange tijd met z’n tweetjes in de zon over de grote vlakte.

Op den duur verlieten we het pad en sneden een stuk af over het plateau. Tussen de heide vonden we een klein botje met een scharnierpunt, waarvan weten we niet. Even later vonden we een groter bot: een mooi en gaaf gewei van een jong mannetjes rendier.

De volgende dag liepen we vanuit de bus de andere kant op. Er was geen pad maar met de bus als uitgangspunt konden we een heel eind wandelen zonder te verdwalen. Met onze vondst van de vorige dag keken we uit naar meer schatten. Al snel vonden we iets bijzonders: een berglemming. Een tijdje terug leerden we in het Hardangervidda informatiecentrum hoe belangrijk dit kleine diertje is in de voedselketen van de vlakte en hoe het door het opwarmen van de aarde bedreigd wordt. Bijzonder om nu een in het echt te zien!

De lemming was niet (zichtbaar) gewond, maar leek (of speelde) dood.* Wouter pakte het diertje op, dat nog warm aanvoelde, en zette hem vlakbij de ingang van een holletje, waar hij stil bleef liggen.

Verderop vonden we weer een klein botje, eenzelfde soort als we de vorige dag had gevonden. Daarna zagen we een groot, tak-achtig ding liggen, een mooi, wit vrouwtjesgewei. Muisjes knagen aan geweien voor kalk en op het gewei zijn enkele knaagsporen zichtbaar. Omdat vrouwtjes (en jonge mannetjes) hun gewei werpen in januari, moet het gewei in ieder geval al een half jaar op de vlakte hebben gelegen.

Ingang 3: Haranatten bij Numedalslagen
Bij Haranatten bezochten we voor de derde en laatste keer de vlakte. Wederom leek het alsof we in een compleet ander gebied waren. Wie had gedacht dat Hardangervidda zo veelzijdig was? Via een tolweg reden we het park binnen. We passeerden diverse visplekken, huisjes en een berghut. Aan het eind van de weg parkeerden we bij een schapenstal.

Deze ingang van het park is erg geliefd bij rafters en vissers door de prachtige rivier die door het gebied loopt. Maar het gebied is ook bosrijk. Er zijn plekken vol heide, flauwe heuvels en bergen. Wederom was er weer genoeg te ontdekken.

We bekeken  de kaart en begonnen aan een intensieve wandeltocht van 6 uur. De eerste paar uur leek het gebied niet zo interessant, maar dat veranderde toen we het bos achter ons lieten en overzicht kregen over de immense, met bergen omringde vlakte. Terwijl we verder liepen werd het steeds later. We wisten dat we het hele stuk nog terug moesten lopen, maar het gebied haalde ons telkens over ‘nog iets verder te lopen’. Ons definitieve eindpunt was een uitzichtpunt op een bergtop. Langzaam liepen we omhoog, tot ons pad versperd werd met nog een schat: een groot vrouwtjesgewei.

Voor we naar deze ingang van het park gingen vroegen we ons af of de rendieren in dit gedeelte van het park zouden komen en, zo ja, of ze in die tijd hun gewei zouden werpen. Deze vondst beantwoorde beide vragen.

We deden een tweede, kortere wandeling door het gebied, ditmaal door de bergen. Op deze hoogte kregen we een prachtig uitzicht over het dal, dat ingesloten werd door hoge stenen bergwanden. De grote rivier leek net een klein beekje in het immens grote gebied. Op de terugweg hadden we het over de diversiteit op het plateau en al het moois dat we bij de verschillende ingangen hadden gezien. Tronsbu Hytta paste het best bij ons beeld van het plateau, maar Numedalslagen is ook zeker een kijkje waard. Na deze mooie, laatste tocht verlieten we Hardangervidda, klaar voor het volgende avontuur.

*Wie oh wie weet of een (berg)lemming kan doen alsof hij dood is?