Na Hardanger misschien wel het meest bezochte National Park van Noorwegen: Jotunheimen. Een rotslandschap vol gigantische bergen, gletsjers en meren. Een tijdje terug vingen we er al een glimp van op toen we het gebied met onze gasten doorkruisten. Toen stonden er andere mooie dingen op het programma, maar nu we weer met z’n tweetjes waren was er genoeg tijd om het bijzondere thuis van de trollen* eens goed te verkennen.

Knutshøe
Wouter heeft Jotunheimen al eerder bezocht en heeft toen een tocht over de Besseggen gemaakt, een van de populairste bergen in Noorwegen. Samen wilden we zijn kleinere broertje beklimmen, genaamd Knutshøe. Over zijn rug loopt een pad die korter maar even indrukwekkend is als die van de Besseggen.

De tocht over Knutshøe wordt aangeduid als een familieroute van 5-6 uur. Het pad loopt over de bergkam en via een prachtige rivier terug. Het wandelpad langs de rivier is vlak, maar de tocht over de berg vraagt om iets meer spierkracht. Je klimt en daalt geregeld en moet tweemaal een stukje (handen-voeten) klimmen om het pad te kunnen vervolgen. Ondanks de klimstukjes liepen er hele families over de berg, inclusief kinderen, grootouders en huisdieren.

We kwamen aan in een mooi weekend in September. De Noren hadden blijkbaar ook zin in een wandeltocht, want het was erg lastig om een parkeerplaats te vinden. Eenmaal klaar voor de tocht liepen we naar de voet van de berg, vanwaar het pad stevig omhoog liep. Het laatste stukje moesten we klimmen langs twee schuine wanden. Met al die drukte op de berg zorgde dit punt voor enig oponthoud, maar dit loste zich later gemakkelijk op.

Op de rug van de berg werden we onthaald met een schitterend uitzicht. Aan de ene zijde doemden besneeuwde bergtoppen boven ons uit, aan de andere kant hadden we uitzicht over meren en de Besseggen. Later zagen we ook een rivier door het dal lopen. Een groot gletsjermeer vormde de bron. Naarmate de stroom verder meanderde door het heide-achtige landschap veranderde het water van kleur; Van gletsjergroen/blauw naar oranje/bruin.

Na een paar uur bereikten we het einde van de bergkam. We liepen omlaag en vervolgden het pad, dat verder loopt tussen de berg en een gletsjermeer. Het veld tussen de berg en de rivier is een goede plek om te kamperen. Verschillende hikers hadden er hun tentje opgezet. Langs de waterkant aten we een broodje, met de voetjes in het koude water. Wouter ging nog een stapje verder en nam een korte duik, waarna we ons pad vervolgden.

De route langs het meer en de rivier is vlak maar toch is het nog een flink stuk wandelen naar de parkeerplaats. Enkele uren later kwamen we bij de bus aan, waar we onze voeten eindelijk van onze schoenen konden verlossen. Ondanks het lange eind is de tocht een dikke aanrader!

Freestylen
Midden in Jotunheimen vonden we een mooie parkeerplaats voor de bus die we als basispunt namen. Vanuit daar maakten we nog een aantal andere tochten door het gebied. We volgden geen wandelpaden, maar hadden wel een gedetailleerde kaart en kompas bij ons. We beklommen een tweede bergtop.

Het weer was inmiddels omgeslagen en de wind sloeg ons hard om de oren. Terwijl we een pad zochten door het land zagen we verse sporen van rendieren. De kudde moest in de buurt zijn, maar ze liet zich niet zien. Wel vond Wouter een mooi vrouwtjesgewei in het veld. Het gewei is veel kleiner dan de geweien die we in Hardangervidda hadden gevonden, maar heeft een mooie vorm en geen knaagsporen. Bij de voet van de berg begon een steile klim omhoog. Op de top hadden we en fantastisch uitzicht over de vlakte en het bijzondere berglandschap.

Na een bezoek aan Jotunheimen begrijp je waarom het gebied zoveel bezocht wordt. Het landschap is uitnodigend en imposant tegelijkertijd, ongeacht het weer. Of je er nu doorheen rijdt of doorheen loopt, het laat een indruk op je achter. Wij komen zeker terug.

*De Noorse dichter Aasmund Olovsson Vinje gaf Jotunheimen in 1862 zijn naam. Geïnspireerd door het wilde landschap en de Noorse mythologie noemde hij het gebied het thuis van de reuzen of trollen, oftewel Jotnane.